Rechtbank geeft Schiphol omwonende wederom ongelijk in zaak om handhaven vierde baanregel

De rechtbank Haarlem heeft in een zaak aangespannen door Schiphol omwonende Jan Boomhouwer tegen de Inspectie Leefomgeving en Transport wederom geoordeeld dat het NNHS niet kan worden toegepast om te handhaven. Eerder oordeelde de rechtbank Amsterdam al in een verzoek voor een voorlopige voorziening ten nadele van Boomhouwer.

De zaak gaat om de vierde baanregel op Schiphol. Dit is een afspraak gemaakt tussen luchtvaartsector en omwonenden, vastgelegd in het NNHS,  en bepaald dat pas bij hoge uitzondering vier banen tegelijkertijd mogen worden gebruikt op Schiphol. Dit om de geluidsoverlast bij met name de Aalsmeerbaan en Buitenveldertbaan zoveel mogelijk te voorkomen.

Jan Boomhouwer, woonachtig in Aalsmeer, heeft last van vliegtuiglawaai. Hij vroeg op 28 januari 2018 aan ILT om passende maatregelen op te leggen aan de Luchtverkeersleiding Nederland (LVNL) zodat deze zich in gebruiksjaar 2018 wel houdt aan de vierde baanregel. Uit gegevens is gebleken dat er in gebruiksjaar 2017 op tien dagen een overschrijding is geweest van het maximaal toegestane dagelijkse vliegbewegingen (80) op de vierde baan.

ILT wees dat verzoek van Boomhouwer echter op 1 februari 2018 af. Boomhouwer verzocht vervolgens de voorzieningenrechter van de Rechtbank Amsterdam om een voorlopige voorziening (VoVo). Deze  is vergelijkbaar met een kort geding. ILT verweerde zich door te stellen dat de vierde baanregel in het NNHS niet wettelijk is vastgelegd en dat het daardoor geen maatregelen kan nemen. De rechter besloot op 17 april 2018 dat de eis van Boomhouwer tot een voorlopige voorziening vanwege deze reden ongegrond was.

Inmiddels is het maart 2018 en zijn de afspraken in het NNHS nog niet hanteerbaar als wet.  Dat komt omdat voordat de nieuwe Wet Luchtvaart effectief kan worden, er een MER voor Schiphol moet worden vastgesteld.  Er was veel gedoe rond deze MER. De oplevering liep uit door rekenfouten. In augustus 2016 constateerde de commissie die de concept MER moest beoordelen dat er fouten in zaten. Schiphol stelde een nieuwe MER op, waarvan de conceptversie in november 2018 werd gepresenteerd. De nieuwe luchtvaartwet in de vorm van een wijziging van de Wet Luchtvaart is al wel door de Tweede en Eerste Kamer vastgesteld.

Vervolgens besloot ILT op 16 november 2018 definitief dat het bezwaar van Boomhouwer ongegrond was . In bestuursrecht bestaat dan de mogelijkheid om bij de bestuursrechter in beroep te gaan tegen het besluit. Boomhouwer deed dat en vroeg de Rechtbank Haarlem  om een voorlopige voorziening. Hij gaf aan dat in gebruiksjaar 2018 het aantal overschrijdingen inmiddels als was gestegen tot 23 dagen.

 

Rechtbank Haarlem

Op 12 maart 2019 deed de voorzieningenrechter Haarlem uitspraak in de zaak van bezwaar en verzoek tot voorlopige voorziening. De uitspraak is hier te lezen.

De rechtbank overweegt of een beroep op beroep op Artikel 8.22 Wet Luchtvaart, waarin staat dat de Inspecteur van ILT verplicht is maatregelen te treffen, mogelijk is.

ILT stelt in haar verweer zoals eerder voor de rechtbank Amsterdam dat het niet kan handhaven omdat de vierde baanregel als onderdeel van NNHS nog niet wettelijk is vastgelegd. ILT geeft aan dat zij bij  overschrijding van meetwaarden van handhavingspunten ‘anticiperend handhaafd’ als deze overschrijding een gevolg is van vliegen volgens NNHS. Dat wil zeggen dat wanneer er meer geluid dat toegestaan wordt berekend bij bepaalde punten rond Schiphl, ILT geen maatregelen zal treffen als dit een gevolg is van NNHS-afspraken. Een van die afspraken, het preferente baangebruik, kan resulteren tot een dergelijke overschrijding van de grenswaarden van bepaalde handhavingspunten.

Het anticiperend handhaven is door de toenmalige staatssecreataris Mansveld in september 2015 gemeld aan de Tweede Kamer. Daarin schrijft zij:

Tot het moment waarop het nieuwe normen- en handhavingsstelsel in de Wet luchtvaart en onderliggende regelgeving definitief van kracht is, zal – uitgaande van een voorspoedige wetsbehandeling – bij overschrijding van de grenswaarden in de handhavingspunten anticiperend gehandhaafd worden. Dit houdt in dat er bij overschrijding van de grenswaarden geen maatregel wordt opgelegd, indien blijkt dat de overschrijding het gevolg is van de toepassing van de regels uit het nieuwe stelsel. Dit zal na afloop van het gebruiksjaar beoordeeld worden. Dit is inhoudelijk een voortzetting van de lijn die eerder met uw Kamer gedeeld is in de kabinetsreactie op het Aldersadvies, maar ook in de handhavingsrapportage over gebruiksjaar 2014.

In de jaarlijkse verslagen over handhaving verwijst ILT steeds naar deze uitspraak.

ILT stelt dat correct naleven van de afspraken in NNHS als voorwaarde geldt voor het anticiperend handhaven op de overtredingen van wetten beschreven in het huidige LVB. Ze is echter van mening dat regels 1,2, 3 correct worden nageleefd.

ILT stelt tevens dat het aantal overtredingen van de vierde baanregel voor de Aalsmeerbaan, waar Jan Boomhouwer in de buurt woont, slechts 0,2 % van het totaal aantal vliegbewegingen op die baan in gebruiksjaar 2017 betreft. Dat is volgens ILT te klein om te gaan handhaven.

De rechtbank is van oordeel dat een beroep op Artikel 8.22 Wet Luchtvaart niet kan want dit artikel is niet bedoeld voor afdwingen van preferent baangebruik maar voor maatregelen wanneer grenswaarden worden overschreden.

De rechtbank verklaart het beroep van Boomhouwer ongegrond en wijst het verzoek voor voorlopige voorziening af.

Afspraken met LVNL

De ILT is in gesprek met LVNL over onder meer de vierde baanregel. Er zijn afspraken gemaakt over de naleving van de vierde baanregel. Er zijn echter nog geen santies besproken voor wanneer LVNL zich niet aan de afspraken houdt. ILT gaat mogelijk wel strenger kijken naar de reden die LVNL opgeeft voor gebruik van de vierde baan. Zo geeft LVNL opvallend vaak ‘bunching’ als reden. Bunching is de onverwachte aankomst van een aantal vliegtuigen in een al druk deel van het luchtruim. Dit wordt veelal veroorzaakt door een meewind op de Atlantische Oceaan waardoor toestellen eerder dan volgens schema in de buurt van Schiphol komen. De luchtverkeerleiding gaat dit verkeer  dan vaak direct wegwerken door de vierde baan in te zetten.

Onderstaand geeft een verklaring waarom LVNL ervoor kiest om de vierde baan in te zetten bij drukte in plaats van vliegtuigen te laten wachten in zogenaamde holdings area’s. LVNL heeft de wettelijke taal vliegverkeer veilig, ordelijk en vlot af te handelen.

Ik vroeg de woordvoerder van Luchtverkeersleiding Nederland om een uitleg waarom vliegtuigen in plaats van te laten holden naar de vierde baan worden geleid.

Hieronder is de reactie van LVNL weergegeven. Over wat voor soort afspraken mogelijk worden gemaakt tussen LVNL en de sector (Schiphol en airlines) kon de woordvoerder vanwege de nog lopende gesprekken niet ingaan.

Het afhandelingsconcept van Schiphol is gebaseerd op een systeem, waarbij een disbalans tussen het verkeersaanbod en de beschikbare capaciteit in principe niet met holden, maar via regulaties wordt gemanaged. Dit houdt in dat LVNL de Network Manager kan verzoeken vliegtuigen, die nog niet naar Schiphol zijn vertrokken, op hun plaats van vertrek te laten wachten als de capaciteit op Schiphol beperkt is. Hiermee kunnen we voorkomen dat vliegtuigen onnodig lang in de lucht moeten wachten in een holding, voordat ze kunnen landen.
Regulaties zijn echter niet altijd volledig effectief. Het verkeer dat al onderweg is, zoals het trans-Atlantisch verkeer, wordt hierdoor immers niet beïnvloed. Het is met name dit type verkeer dat een relatief grote afwijking kent van de geplande aankomsttijden ten gevolge jetstreams. Bovendien zullen de maatschappijen die wel zijn gereguleerd en vertraagd vanaf het buitenstation zijn vertrokken, proberen een vertraging onderweg weer in te lopen. Deze beide aspecten maken dat regulaties niet altijd volledig effectief zijn en bunchvorming kan ontstaan. Door bunchvorming kan de ATM-capaciteit gedurende een relatief korte periode worden overbelast. In dergelijke situaties kan een vierde baan worden ingezet voor het veilig en efficiënt afhandelen van het vliegverkeer en om zo te voorkomen dat het ATM-systeem niet verder worden belast.
De afspraken, inclusief de uitzonderingscriteria, met betrekking tot het gebruik van een vierde start- of landingsbaan worden ook wel de “vierde baanregel” genoemd. De vierde baanregel geldt voor de sectorpartijen gezamenlijk en maatregelen om aan de vierde baanregel te kunnen voldoen behoeven dan ook een gezamenlijke aanpak. Om die reden zijn LVNL en de overige partijen uit de luchtvaartsector met elkaar in overleg. De gesprekken tussen de sectorpartijen over deze gezamenlijke inspanningen worden op dit moment gevoerd.

 

 


Leave a Reply

Fill in your details below or click an icon to log in:

WordPress.com Logo

You are commenting using your WordPress.com account. Log Out /  Change )

Google photo

You are commenting using your Google account. Log Out /  Change )

Twitter picture

You are commenting using your Twitter account. Log Out /  Change )

Facebook photo

You are commenting using your Facebook account. Log Out /  Change )

Connecting to %s